PERSMEDEDELING: VERSOEPELING MESTVERWERKINGSPLICHT

 

Vlaams Parlement versoepelt mestverwerkingsplicht

 

Door de VLD-fractie werd in het Vlaams Parlement een voorstel van decreet ingediend houdende het nemen van dringende maatregelen ter stimulering van de verwerking van dierlijke mest. Onze West-Vlaamse VLD-Volksvertegenwoordiger Karlos Callens was één van de indieners.

 

Op 3 december jl. werd in de plenaire zitting van het Vlaams parlement het voorstel van decreet, dat het mestactieplan op essentiële punten wijzigt, goedgekeurd.

 

Dit is een bijzonder belangrijke stap voor de landbouw. Het is méér dan een verzachting van de mestverwerkingsplicht. Het is cruciaal omdat het een oplossing geeft aan het meest gevoelige dispuut tussen economie en ecologie dat Vlaanderen de voorbije twintig jaar kende: de problematiek van de overbemesting in Vlaanderen.

 

Het realiseren van de nitraatrichtlijn leek in het begin van deze legislatuur een uitzichtloze doelstelling. Bovendien was er de situatie dat het MAP II, het mestactieplan van Kelchtermans, weliswaar gestemd was maar niet uitgevoerd werd.

 

In deze legislatuur werd het beleid omgebogen. Door de invoering van de nutriëntenhalte werd de stand-still effectief. Door de warme sanering werd het aantal dieren verminderd. Door  afspraken met de veevoedersector werden er goede resultaten geboekt met fosfaatarm veevoeder. En de meeste landbouwers en veetelers namen hun volle verantwoordelijkheid.         

 

De mestverwerking van pluimveemest bleef niet achterwege; die draait voor ministerns 80%. Het probleem situeert zich bij de verwerking van varkensmest die duurder en meer risicovol is. Niet dat er niet geïnvesteerd is in de verwerking van varkensmest. De terreinbezoeken hebben ons geleerd dat er zowel op industrieel, coöperatief en individueel vlak succesvolle initiatieven zijn. Maar een te zware mestverwerkingplicht (100% sedert 1.1.2003 voor bedrijven boven de 10 ton fosfaat), gekoppeld aan een te éénzijdig sanctionerend heffingenbeleid, hield velen tegen. Met dit wijzigingsdecreet worden die hindernissen weggenomen.

 

Er komt een zachtere mestverwerkingsplicht die gebaseerd is op twee principes:

-         het meer betaalbaar maken van de mestverwerking zonder de milieudoelstellingen in  gevaar te brengen;

-         de sterkste schouders betalen de zwaarste lasten.

 

In cijfers ziet de normering er als volgt uit: voor bedrijven met een mestproductie van 7,5 tot 10 ton blijft de verwerkingsplicht 30%. Voor alle andere bedrijven daalt de verwerkingsplicht, zie onderstaande tabel:

 

Huidige situatie

 

7,5 – 10 ton P2O5

10 – 12,5 ton P2O5

12,5 – 15 ton P2O5

+ 15 ton P2O5

30%

100%

100%

100%

 

Nieuw decreet

 

7,5 – 10 ton P2O5

10 – 12,5 ton P2O5

12,5 – 15 ton P2O5

+ 15 ton P2O5

30%

50%

75%

90%

 

Om die mestverwerkingsplicht beter betaalbaar te maken, kan 55% van de mestoverschotten die moeten verwerkt worden vervangen worden door het ruilen van mestoverschot met bedrijven die niet-mestverwerkingsplichtig zijn (substitutie)

 

Boven op de drastische verlaging van mestverwerkingplicht wordt het heffingssysteem van een louter bestraffend systeem omgevormd tot een systeem waarin ook beloning en stimulering mogelijk is. Zo kunnen bedrijven die effectief aan mestverwerking gaan doen tot twee jaar uitstel krijgen voor de betaling van de superheffing en zelfs vrijgesteld worden van die heffingen. Vanaf het ogenblik dat een milieuvergunning wordt uitgereikt voor een mestverwerkingsinstallatie kan het betalen van een superheffing uitgesteld worden. Het uitstel wordt afstel als er méér verwerkt wordt dan de mestverwerkingsplicht. Deze regeling geldt met terugwerkende kracht vanaf het productiejaar 2001.

 

Verder wordt aan de regering gevraagd om samen met de VITO (Vlaams Instelling voor Technologisch Onderzoek)de certificering van de verschillende mestverwerkingsystemen mogelijk te maken. Investeerders moeten immers op voorhand weten of hun systeem erkend zal worden en dit geeft de veehouders een houvast.

 

Nieuw in het goedgekeurde decreet is de introductie van de milieubeleidovereenkomst (MBO). Dat is een contractuele verbintenis tussen de overheid en de landbouworganisaties waarin nauwgezet wordt uiteengezet hoe de mestverwerking volgens de sector zal gebeuren. Door deze MBO zullen waarschijnlijk alternatieven en oplossingen het licht zien, onder meer voor het probleem van de gezinsbedrijven met een mestproductie van meer dan 15 ton. De MBO kan ook een platform bieden voor de uitwerking van een nieuw, eenvoudiger MAP.

 

 

 

Karlos Callens                                                                                 Brussel, 5 december 2003.

VLD-Vlaams Volksvertegenwoordiger

 

 

Voor meer info: Karlos Callens, tel. 0475/83.03.19