PERSNOTA

 

Karlos Callens wil initiatieven en stimulansen voor de productie en beheer van bio-energie

 

Als reactie op het aangekondigd voorstel om het Europees beleid inzake suikerbieten te hervormen stak het idee omtrent bio-ethanol opnieuw de kop op. Bio-ethanol kan vervaardigd worden uit de suikerbieten en toegevoegd worden aan benzine om te voorzien in een alternatief van de duurdere fossiele brandstoffen. Deze vorm is slechts één van de mogelijke methoden om bio-energie op te wekken. In de ons omringende buurlanden wordt al volop geëxperimenteerd en zitten ze in de ontwikkelingsfase.

 

Zowat vier vijfden van de Belgische landbouwers zijn bereid om in dergelijk project mee te stappen want ook zij zien de opportuniteiten in om bij te dragen in het behalen van duurzame energie en het behalen van de Kyoto-normen. Alleen ontbreekt hen hiertoe een wettelijk kader.

 

Minister Yves Leterme benadrukte dat het belangrijk is de mogelijkheden voor bio-energie in Vlaanderen zo goed mogelijk te benutten en dat er een wettelijk kader moet gecreëerd worden. In de beleidsnota Landbouw werd daaraan een passage gewijd.

De federale overheid zal de noodzakelijke fiscale voorwaarden uitwerken om concrete initiatieven te stimuleren. Daarnaast moet er in het kader van de ruimtelijke ordening duidelijkheid komen met betrekking tot de mogelijke vestigingsplaatsen van bio-energie-installaties.

Eens deze maatregelen genomen worden, zullen investeringen op het land- of tuinbouwbedrijf die een verband houden met de productie van hernieuwbare energie, opgenomen worden in de VLIF-reglementering.

 

Volgens de Minister kunnen granen, suikerbieten, aardappelen, maïs en koolzaad als energiegewassen voor bio-ethanol omgezet worden in energie en veevoedergrondstoffen. Dit zou echter wel grootschalige installaties vereisen.

 

Wat de mest betreft, wordt verondersteld dat de beschikbare hoeveelheden voor energetische valorisatie, de hoeveelheid verwerkingsplichtige mest zijn. De laatste jaren zijn de mestoverschotten sterk verminderd door voornamelijk uitstapregeling van de boeren en het gebruik van nutriëntarme voeders. Gezien het ecologisch opbrengen van mest op akkers en weiden economisch altijd voordeliger zal zijn, zal het nutriëntenoverschot in steeds minder mate een drijvende kracht zijn om vanuit nutriëntenoogpunt de mest te laten verwerken of bewerken.

Het aanwenden van mest als bio-energie zal afhangen van het economisch rendement van de energetische projecten waarin mest een potentiële rol heeft als grondstof.

 

Dierlijk afval wordt grotendeels verwerkt tot diermeel en dierlijke vetten en oliën. De overschotten kunnen gebruikt worden voor energetische valorisatie.

 

Karlos Callens zou het opportuun vinden indien de weg zou vrijgemaakt worden voor meer mestverwerking. Op die manier halen we sneller de milieunorm, krijgt de landbouwer een beter imago en kunnen de varkenshouders terug hopen op mogelijke uitbreiding.

 

Karlos Callens

Vlaams Volksvertegenwoordiger

0475/83.03.19